|
ARTIKEL 20 reling bvb |

|
Regeling bewijzen van
bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, Artikel 20
(Tekst geldend op: 29-07-2010)
Artikel 20.
Instructeursbevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) overige eisen
- 1.De eisen voor afgifte van een
instructeursbevoegdverklaring in de categorie vliegtuigen,
respectievelijk helikopters, zijn:
- a. algemeen:
- 1°. voor FI(A), TRI(A), CRI(A) en IRI: de
eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.310, respectievelijk JAR-FCL 4.310;
- 2°. voor FI(H), TRI(H), IRI(H) en RFI(H): de
eisen bedoeld in JAR-FCL 2.310;
- 3°. Voor SFI(A), SFI(H), respectievelijk SFI(E):
de eis, bedoeld in JAR-FCL 1.410(a)(1), JAR-FCL 2.350B,
respectievelijk JAR-FCL 4.410(a)(1);
- 4°. voor RFI(A), respectievelijk RFI(H): de
aanvrager is houder van het bewijs van bevoegdheid,
bevoegdverklaring of kwalificatie waarvoor onderricht wordt gegeven,
heeft als gezagvoerder van een vliegtuig van de betreffende klasse,
respectievelijk helikopter van het betreffende type, ten minste 50
uur ervaring en is bevoegd als gezagvoerder van het luchtvaartuig op
te treden tijdens het onderricht;
- b. kennis:
- 1°. voor FI(A), respectievelijk FI(H): de
eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.340, respectievelijk JAR-FCL 2.320D;
- 2°. voor TRI(A), TRI(H), respectievelijk
TRI(E): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.365, JAR-FCL 2.320B
respectievelijk JAR-FCL 4.365;
- 3°. voor CRI(A): de eisen, bedoeld in JAR-FCL
1.380;
- 4°. voor IRI(A), respectievelijk IRI(H): de
eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.395, respectievelijk JAR-FCL 2.340B;
- 5°. voor SFI(A), SFI(H), respectievelijk SFI(E):
de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.410, JAR-FCL 2.350B, respectievelijk
JAR-FCL 4.410;
- 6°. voor RFI: een volledig afgeronde
theorie-opleiding voor RFI voor de desbetreffende categorie bij een
geregistreerde of gekwalificeerde opleidingsinstelling RFI;
- c. bedrevenheid:
- 1°. voor FI(A), respectievelijk FI(H): de
eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.345, respectievelijk JAR-FCL 2.320E;
- 2°. voor CRI(A): de eisen, bedoeld in JAR-FCL
1.380(a)(4) en JAR-FCL 1.380(b)(4);
- 3°. voor IRI(A), respectievelijk IRI(H): de
eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.395(c), respectievelijk JAR-FCL 2.340B;
- 4°. voor SFI(A), SFI(H), respectievelijk SFI(E):
de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.410(a)(6), JAR-FCL 2.350B,
respectievelijk JAR-FCL 4.410(a)(6);
- 5°. Voor RFI(A), respectievelijk RFI(H): het
praktijkexamen, dat voldoet aan de eisen gesteld in JAR-FCL 1.345,
respectievelijk JAR-FCL 2.320E, komt bovenop het voorgeschreven
minimum aantal opleidingsuren. Tijdens het praktijkexamen toont de
aanvrager aan in staat te zijn een leerlingvlieger op te leiden voor
een RPL, inclusief voor- en nabespreking van de vliegles en theorie,
en
- d. ervaring:
- 1°. voor TRI(A), TRI(H), respectievelijk
TRI(E): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.365(a)(2)(3) en (4), JAR-FCL
2.320B, respectievelijk JAR-FCL 4.365(a)(2)(3) en (4);
- 2°. voor CRI(A): de eisen, bedoeld in JAR-FCL
1.380 (a)(1-3) en JAR-FCL 1.380(b)(1-3);
- 3°. voor IRI(A), respectievelijk IRI(H): de
eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.395(a), respectievelijk JAR-FCL 2.340B;
- 4°. voor SFI(A), SFI(H) respectievelijk SFI(E):
de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.410 (a)(3) en (a)(7), JAR-FCL 2.350B
respectievelijk JAR-FCL 4.410 (a)(3) en (a)(7);
- 5°. voor opheffing van de beperking, om geen
verantwoordelijkheid te mogen dragen voor eerste solovluchten of
eerste solo navigatievluchten, voor RFI(A), respectievelijk RFI(H):
100 uur vlieginstructie en ten minste 25 solovluchten beoordelen en
een aanbeveling van de houder van een RFI(A), respectievelijk RFI(H),
die als mentor optreedt;
- 6°. voor uitbreiding van de bevoegdheid van
RFI(A), respectievelijk RFI(H), naar een andere klasse,
respectievelijk naar een ander type, binnen de categorie: 50
vlieguren op een vliegtuig en praktijkexamen RFI(A) van de
betreffende klasse, respectievelijk 15 vlieguren op een helikopter
van het betreffende type, binnen 12 maanden voorafgaand aan de
uitbreiding.
- 2.Voor uitbreiding van de bevoegdheden van de houder
van een FI(A), respectievelijk FI(H), voldoet de houder aan de eisen gesteld
in JAR-FCL 1.325(a) dan wel JAR-FCL 1.330, respectievelijk JAR-FCL 2.320B
dan wel JAR-FCL 2.320C.
- 3.Voor uitbreiding van de bevoegdheden naar andere
klassen of typen vliegtuigen van respectievelijk een TRI(A), een CRI(A) of
een SFI(A) voldoet de houder aan de eisen gesteld in respectievelijk JAR-FCL
1.365(b), JAR-FCL 1.380(c) of JAR-FCL 1.410(b).
- 4.Voor uitbreiding van de bevoegdheden naar andere
typen helikopters van respectievelijk een TRI(H) of een SFI(H) voldoet de
houder aan de eisen gesteld in respectievelijk JAR-FCL 2.320B of JAR-FCL
2.350B.
- 5.Voor uitbreiding van de bevoegdheden van
respectievelijk een TRI(E) of een SFI(E) naar andere typen voldoet de houder
aan de eisen gesteld in respectievelijk JAR-FCL 4.365(b) of JAR-FCL 4.410(b)